Wenger en Klinsmann staan achter ‘speciale’ Van Gaal: ‘Weet precies wat hij doet’ 

Hoeveel we ook in Nederland discussiëren over het spel van Oranje op het WK in Qatar, volgens voetbaliconen Arsène Wenger en Jurgen Klinsmann (en de statistieken) is er niets om over te klagen.

Het tweetal schuift, in de enorme perszaal in Doha, namens de technische commissie van de FIFA aan om over hun bevingendingen tot nu toe te praten. Ook het, in sommige ogen, verdedigende spel van Louis van Gaal komt ter sprake.

“De beste manier om de discussie in Nederland te stoppen, is door met de wereldbeker naar huis te gaan”, vat Wenger desgevraagd op. “Nederland heeft drie topverdedigers centraal. Die moet je dan in hun kracht gebruiken. Ik wil Van Gaal niet bestempelen als een conservatieve coach.”

“Het Nederlandse voetbal is historisch gezien altijd erg aanvallend. Dit WK hebben ze minder balbezit, maar op dit moment werkt dat voor hen. Van Gaal weet, met al zijn ervaring, precies wat hij doet”, aldus de coach die furore maakte bij Arsenal.

“Ik dacht gisteravond nog: hij komt terug bij Oranje en staat toch maar weer in de kwartfinale. Voor zijn komst had Nederland het moeilijk. Dus Van Gaal heeft iets speciaals en ik heb veel respect voor hem.”

Volgens Klinsmann, 108-voudig Duits international, denk je als coach de hele dag na: “Gaan we meer vooruit of achteruit? Willen we meer of minder de bal? Daar kunnen we uren over praten, hier of in de pub.”

De oud-spits geeft een treffend voorbeeld. “Wij Duitsers hebben de meeste schoten op goal gelost, maar zijn al naar huis. Want wij hebben geen Memphis Depay of Cody Gakpo om de bal erin te schieten.”

Klinsmann duidt hiermee op de effectiviteit van Nederland. Uit cijfers die de technische commissie presenteert, blijkt dat Nederland van bijna alle 32 landen de minste doelpogingen in de groepsfase had, maar daarbij de minste pogingen nodig had om ook daadwerkelijk een doelpunt te maken.

Ruimtes aan de zijkant

Wenger, hoofd voetbalontwikkeling bij de FIFA en leider van de technische commissie, geeft Nederland nog een keer als voorbeeld. Het is hen namelijk opgevallen dat de ruimtes dit WK aan de zijkant liggen.

“Een goed voorbeeld daarvan was Nederland tegen de Verenigde Staten, waarbij de vleugelspelers (Denzel Dumfries en Daley Blind, red.) een hoofdrol hadden. In het centrum bouwen teams het dicht, is het te druk. Het land met de beste vleugelspelers, zowel aanvallend als verdedigend, maakt de meeste kans om dit WK te winnen.”

Bekijk hier hoe Nederland mede door de wingbacks de wedstrijd tegen de Verenigde Staten won:

Er wordt veel meer gescoord uit voorzetten vanaf de zijkant, zo blijkt. Weer komt er een Nederlands voorbeeld. Dit keer uit de Duitse hoek. Klinsmann: “Als aanvaller moet je een voorzet kunnen lezen en een goede loopactie in huis hebben. De kopbal van Gakpo tegen Senegal is daarvan een geweldig voorbeeld.”

‘Keeper steeds belangrijker’

Nog iets valt op: keepers worden, in vergelijking met het vorige WK in 2018, veel meer bij het spel betrokken. “De keeper is de eerste spelmaker”, stelt Klinsmann, die ziet dat er een beroep wordt gedaan op de doelmannen bij het uitverdedigen onder druk. “Je hebt tegenwoordig een doelman nodig die kalm is aan de bal.”

“Er wordt veel meer gevraagd van de keepers op het gebied van techniek”, vult Wenger aan. “Het is een onderdeel geworden van de kwaliteit van een team. Het wordt meer en meer een veldspeler. Het roept de vraag op hoe we keepers in de toekomst moeten opleiden.”

De Fransman geeft meteen antwoord: “Als deel van de opleiding moet een keeper zeker een of twee jaar op het veld staan, zodat hij later capabel is om het spel te verplaatsen. Dat is een grote omslag.”