Blunder Mvogo weer niet fataal, Maxi Romero redt PSV

Vorige week tegen FC Groningen betekende een blunder van de nieuwe PSV-keeper Yvon Mvogo al een tegendoelpunt en tegen FC Emmen ging de doelman weer in de fout. Opnieuw had zijn blunder geen fatale gevolgen. Invaller Maxi Romero werd in blessuretijd matchwinner: 2-1.

De voetbalvisie van trainer Roger Schmidt was in de eerste thuiswedstrijd van het seizoen soms te zien bij PSV. Het snel heroveren van de bal lukte aardig, eenmaal in balbezit oogde het flets.

Madueke wijst PSV de weg

Mohamed Ihattaren keerde ten koste van Mauro Júnior terug in de basis. De middenvelder zorgde met een pegel voor het eerste gevaar, maar het schot werd gestopt door Emmen-doelman Dennis Telgenkamp. Dankzij een intikker van Noni Madueke op aangeven van Philipp Max ging PSV alsnog met 1-0 de rust in.

Emmen sloeg na rust op een strookje van 30 à 40 meter de tenten op. Het compacte kampement was voor PSV een onoplosbaar labyrint. De Drenten vatten moed, maar creëerden niets.

Doelman Mvogo hielp een handje door een verre terugspeelbal van Max in zijn doel te laten rollen. Aan de andere kant leek Telgenkamp de Drentse held te worden door tot twee keer toe te redden op inzetten van Donyell Malen, maar diep in de extra tijd kopte Romero PSV alsnog naar de winst.

NOS Voetbal

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Doelpunt van in Premier League debuterende Van den Beek helpt United niet

Manchester United heeft een valse start van het nieuwe Premier League-seizoen beleefd. De Red Devils, die een week later mochten instromen vanwege het lange Europa League-avontuur dat ze achter de rug hebben (verlies in halve finales tegen Sevilla), liepen thuis tegen een 3-1 nederlaag tegen Crystal Palace aan.

Donny van den Beek sierde als invaller zijn debuut op het hoogste Engelse niveau op met een doelpunt voor zijn nieuwe werkgever, maar daar beleefde de oud-Ajacied dus weinig plezier aan.

Vanaf de kant had hij gezien hoe de United-verdediging, waarin Timothy Fosu-Mensah rechtsback stond, in de zevende minuut verzuimde een lage voorzet van Jeffrey Schlupp onschadelijk te maken. Andros Townsend kon daardoor van dichtbij de 0-1 laten aantekenen. Aanvallend maakte de thuisploeg in het vervolg te weinig klaar om aanspraak te mogen maken op de gelijkmaker.

Twee strafschoppen

De rekening voor dat onvermogen kwam diep in de tweede helft, toen Victor Lindelof op ongelukkige wijze de bal tegen de hand kreeg en Jordan Ayew een strafschop mocht nemen.

David de Gea keerde de inzet, maar bleek net iets te vroeg van de lijn te zijn gekomen. De herkansing was welbesteed aan Wilfried Zaha, die kort voor tijd ook de 1-3 maakte.

Tussendoor had Van de Beek dus zijn opwachting gemaakt in de ploeg van Ole Gunnar Solskjaer. De middenvelder kreeg kort na zijn entree plots de bal voor zijn voeten via een Crystal Palace-speler en vond koelbloedig de verre hoek.

Hij werd daarmee de veertiende Nederlander die bij zijn Premier League-debuut scoorde. Zijn voorganger was Steven Bergwijn (Tottenham Hotspur) en Ruud van Nistelrooij en Alexander Büttner presteerden het namens Manchester United.

Geen succes Tete

Kenny Tete beleefde bij Fulham zijn debuut in de Premier League. De van Olympique Lyonnais overgekomen rechtsachter kon niet voorkomen dat zijn nieuwe ploeg met 4-3 onderuit ging bij nieuwkomer Leeds United, al had hij wel een aandeel in de inhaalrace van de Londense formatie.

Leeds, dat vorige week op weg leek naar een stunt tegen titelhouder Liverpool maar toch nog de fatale 4-3 kreeg te incasseren, kwam na een klein uur op een comfortabel ogende 4-1 voorsprong dankzij Helder Costa. De Portugees, die met een verwoestende uithaal vanuit een moeilijke hoek ook al na vijf minuten de openingsgoal had gemaakt, krulde de bal fraai in de bovenhoek.

Fulham kwam nog knap terug, onder meer door een treffer van Aleksandar Mitrovic die raak kopte na een voorzet na Tete. Het duo leek dat kunstje enkele minuten later te herhalen, maar deze keer mikte de Serviër niet nauwkeurig genoeg en dus bleef de 4-4 uit.

NOS Voetbal

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Nog nooit floot Higler zo’n knotsgek duel (6-6): ‘Zelfs bij amateurs niet’

1-0, 2-0, 2-1, 2-2, 3-2, 3-3, 3-4, 4-4, verlenging, 4-5, 5-5, 5-6, 6-6, strafschoppen. En nog twee rode kaarten.

Deze krankzinnige wedstrijd in de voorronde van de Europa League tussen het Servische TSC Backa Topola en het Roemeense FCSB stond onder leiding van de Nederlandse scheidsrechter Dennis Higler.

Na honderdtwintig minuten met blunders, rode kaarten, grote kansen die om zeep waren geholpen en kramp bij beide teams en daarna tien penalty’s gingen de bezoekers, bij wie ook nog eens negen spelers ontbraken vanwege corona, er uiteindelijk met de zege vandoor.

Higler, inmiddels terug in Nederland en morgen de VAR bij Feyenoord-FC Twente, deelt zijn ervaring. “Heel bijzonder. Hoe vaak maak je mee dat een wedstrijd in 6-6 eindigt? Volgens mij heb ik dat zelfs in mijn tijd als amateurscheidsrechter niet meegemaakt”, vertelt Higler over de telefoon.

Na negentig minuten staat het 3-3. Neem ons eens mee in de vijf minuten blessuretijd die jullie toekenden.

“Pfoe, waar begin ik. Nou, in de 93ste minuut komt FCSB, dat is het vroegere Steaua Boekarest trouwens, op 3-4 (door een eigen goal, red.). Groot feest natuurlijk bij FCSB. Tóch geen verlenging, denk ik, want er zijn nog maar een paar minuten te spelen.”

“Vervolgens laat ik de mannen uit Servië aftrappen en zij pompen de bal naar voren. De nummer zes neemt fantastisch aan en schiet raak. Ik denk: ‘Dit is heel bijzonder, hier móet je bij geweest zijn.'”

“Vlak voor het einde van de eerste verlenging wordt het 4-5 en in de blessuretijd zelfs nog 5-5 met negen man.”

Lach je dan samen met je Nederlandse assistenten om hoe bizar dit is?

“Het was meer verbazing. Charles Schaap en Jan de Vries waren mijn assistenten en Siemen Mulder de vierde man. Ik zei tegen hen: ‘Als we dit thuis vertellen, geloven ze het niet.'”

Er waren spelers die bij 6-6, vlak voor tijd, kramp kregen. Hoe zat dat bij jou?

“Nergens last van. Ik vond het eigenlijk wel jammer dat het afgelopen was. Wij waren heerlijk fit, daar hadden we wel voor gezorgd in de lange tijd dat het stillag in Nederland. Je weet bij wedstrijden in de voorronde dat je echt fit moet zijn.”

“Na afloop van de wedstrijd kreeg ik meer berichten dan normaal. Op de terugweg vlogen we samen met Nederlandse collega’s, onder wie Jochem Kamphuis, die in Albanië had gefloten. ‘Wat is er bij jullie gebeurd?!’, vroegen ze vol ongeloof.”

Servië is door de overheid als oranje gebied gemarkeerd, maar zondag ben je VAR bij Feyenoord-FC Twente. Hoef jij niet in thuisquarantaine?

“Nee, wij hebben als scheidsrechters in de topsport ook uitzondering gekregen van het ministerie. En wij zijn ook heel voorzichtig.”

“En ja, als je donderdag fluit, weet je dat je in het weekend niet op het veld staat. Maar ook als VAR kan ik zondag geen moment verslappen.”

NOS Voetbal

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Ten Hag wil Dest niet kwijt: ‘Dan wordt het achterin wat dunnetjes’

Trainer Erik Ten Hag hoopt dat Sergiño Dest bij Ajax blijft, hoewel de belangstelling van Bayern München steeds concretere vormen aanneemt. “Ik wil niet dat hij gaat, maar ik heb niet overal invloed op”, zei Ten Hag op de persconferentie voor het eredivisieduel met RKC Waalwijk.

Volgens de Duitse krant Bild is de 19-jarige Dest persoonlijk al akkoord met Bayern München, dat 15 miljoen euro zou overhebben voor de rechtsback. Voor Ajax is dat bedrag vooralsnog echter te laag.

“Ik wil niet dat hij gaat”, zei Ten Hag herhaaldelijk. “Maar mocht het gebeuren, dan wordt het achterin wel wat dunnetjes en moeten we kijken naar een vervanger.”

Meer buitenlandse belangstelling

Dest zou de vierde basisspeler zijn die Ajax gaat verlaten, na Hakim Ziyech (Chelsea), Donny van de Beek (Manchester United) en Joël Veltman (Brighton & Hove Albion). Voor André Onana en Nico Tagliafico is ook buitenlandse belangstelling.

“Het is mooi dat er wederom een Ajax-speler uit de eigen gelederen in de belangstelling staat van de allergrootste clubs”, zei Ten Hag. “Nadeel is dat je als coach elke keer opnieuw kunt beginnen. Op een gegeven moment wil je weten waar je aan toe bent. Straks begint de Champions League, dan wil je een ingespeeld team hebben.”

Dest zit wel gewoon bij de selectie voor het duel met RKC van zondag. Vorige week was hij invaller tegen Sparta, omdat de Ajax-coach Noussair Mazraoui “momenteel een fractie beter” vindt.

Lisandro Martínez is terug in de selectie. De Argentijn is hersteld van de blessure die hem vorige week aan de kant hield. Linksback Tagliafico is geschorst na zijn rode kaart tegen Sparta.

NOS Voetbal

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Depay in de wachtkamer: waarom hij (nog even) niet naar Barça kan

Eerder deze week leek een transfer van Memphis Depay naar FC Barcelona in kannen en kruiken. De sterspeler van Olympique Lyonnais zou persoonlijk al rond zijn over een vierjarig contract, maar nog altijd is niets officieel. Het is maar de vraag of de Catalanen zich een miljoenendeal kunnen veroorloven.

Dat heeft alles te maken met een speciale spelregel die de Spaanse competitieorganisator heeft bedacht om financieel verval in het Spaanse topvoetbal tegen te gaan. Clubs mogen niet meer uitgeven dan er binnenkomt. Een geautomatiseerd systeem ziet hierop toe.

Hoe dat precies zit, vertelt Joris Evers, hoofd communicatie van La Liga. “Wij hebben een financieel controlesysteem dat verder gaat dan het Financial Fair Play (FFP) van de UEFA. Daar kijkt men pas achteraf naar het financiële beleid van een club. Wij doen dat aan de voorkant. Vanaf de start van het seizoen al.”

Bij de start van de competitie krijgt iedere club in het Spaanse profvoetbal een digitaal overzicht. “Clubs loggen in en zien direct de pot met geld die zij mogen besteden aan spelers en stafleden. Hoe hoog of laag dat bedrag is, heeft te maken met de bedrijfsresultaten over de afgelopen vijf jaar.”

“Wanneer een speler aangetrokken wordt, moet een club alle details invoeren in het systeem en zien ze automatisch hoeveel er nog over is van het spelersbudget.”

Afgaande op de bedrijfsresultaten van de afgelopen vijf jaar ligt het voor de hand dat het Barça-potje beperkt is. Openbaar zijn de cijfers van dit seizoen nog niet, maar vorig jaar mocht de club maximaal 656 miljoen euro besteden.

Dat lijkt een hoop, maar FC Barcelona leeft op zeer grote voet. Uit de meest recente openbare stukken blijkt dat de kustclub op jaarbasis ruim een half miljard aan salarissen betaalt. Ook is er geen club die de afgelopen vier seizoenen meer met de buidel rammelde op de transfermarkt dan de Catalanen (bijna 900 miljoen euro).

Ook de coronapandemie neemt een grote hap uit het budget van Barcelona. De voorbije maanden zag de club 30 procent aan inkomsten (zo’n 300 miljoen euro) verdampen. Spelers werden zelfs gevraagd om 70 procent van hun topsalaris in te leveren.

Simpel gezegd: er is nu geen ruimte voor een transfer van rond de 30 miljoen euro. “Er moeten eerst spelers weg”, zo verwoordde hoofdtrainer Ronald Koeman de situatie bij Fox Sports.

Ook het bestuur van Lyon zet een pas op de plaats. Ja, er speelt iets rondom Depay. Maar nee, Barcelona heeft nog geen bod uitgebracht. Afgelopen zondag zou de clubleiding van Barcelona zelfs hebben laten weten voorlopig geen financiële mogelijkheden te hebben voor een transfer.

Financieel is de speelruimte voor Barcelona dus beperkt. Dat weten ook de financieel analisten van La Liga, die over de schouders van Josep Maria Bartomeu en consorten meekijken. Zij houden precies in de gaten wat de club ontvangt en uitgeeft.

Knijpen zij niet een oogje toe in coronatijd? “Nee”, zegt Evers beslist. En verzinnen clubs ook geen list om onder de strikte regels uit te komen? “Nee, nee, echt niet”, lacht hij. “Als ze dat doen, hebben onze analisten dat zo door.”

Door clubs zelf bedacht

Volgens de communicatiemanager is het logischer dat clubs die financieel onder druk staan, hun tijd nemen om oplossingen te zoeken. Zeker bij transfers waarvoor volgens het systeem momenteel geen ruimte is.

“Besef goed”, benadrukt Evers. “Dit is door de clubs zelf bedacht als een reactie op een periode waarin salarissen niet meer konden worden uitbetaald en grote beloftes niet werden nageleefd. Niemand wil ooit meer terug naar die situatie.”

NOS Voetbal

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

AZ treurt om zeperd in Kiev: ‘Dit mag niet, dood- en doodzonde’

Trainer Arne Slot en aanvoerder Teun Koopmeiners hebben grote moeite om de uitschakeling van AZ door Dinamo Kiev (2-0) in de voorronde van de Champions League te accepteren. “Dood- en doodzonde. Onnodig”, zegt Koopmeiners.

En Slot: “Dit is denk ik de eerste serieuze teleurstelling voor ons in anderhalf jaar tijd. We waren heel graag verder gekomen in de Champions League. Ik ben benieuw hoe de ploeg zaterdag tegen PEC Zwolle reageert.”

Hoofdtoernooi lonkte

AZ had de wedstrijd in Oekraïne onder controle en zou bij winst zijn doorgegaan naar de play-offs, met als inzet een plaats in het hoofdtoernooi. Daarin zou het bescheiden KAA Gent de tegenstander zijn geweest. Na de zeperd in Kiev rest de poulefase van de Europa League.

Slot, op zoek naar een positieve noot: “Vorig jaar hebben we uitbundig staan juichen om het bereiken van de Europa League. Nu zijn we daar teleurgesteld over. Die ontwikkeling is dan wel weer mooi om te zien.”

Midtsjø de gebeten hond

De nederlaag van AZ tegen Dinamo Kiev werd na rust ingeleid door slordig balverlies van Fredrik Midtsjø. “Een cruciaal moment. Dat mag niet. En we hebben zelfs in de rust nog gehamerd op betrouwbaarheid”, aldus Slot.

Slot is daarom ook scherp in zijn oordeel over Midtsjø. “Ja, wat is boos? Tuurlijk, iedereen is boos op zo’n moment. Als je de bal zo dicht bij je eigen goal verliest, op zo’n manier, daar kun je niet meer tegenaan reageren. Hij passte met buitenkant rechts, maar binnenkant is zekerder.”

Koopmeiners is milder voor Midtsjø. “Je wilt niet dat iemand een fout maakt. De schuld ligt bij het hele team, we hadden hem niet in die situatie moeten brengen. Het was een droom om in de Champions League te spelen en die kans lag er zeker voor ons.”

NOS Voetbal

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Robben stelt fans gerust: ‘Jullie zijn nog niet van me af’

De manier waarop Arjen Robben zondag het veld verliet, nadat hij de strijd geblesseerd had moeten staken, deed fans het ergste vrezen. Maar de aanvaller gaat gewoon door, verzekert hij een dag later in gesprek met de Volkskrant.

“Opgeven komt niet in mijn woordenboek voor”, aldus Robben, die tijdens FC Groningen-PSV (1-3) binnen een halfuur uitviel met een lieskwetsuur, zijn aanvoerdersband en shirt van zich af smeet en linea recta naar de kleedkamers liep.

Robben: “Het is nu zaak niet weg te kwijnen in een hoekje, maar er met wat zelfspot om te lachen en met een positief gevoel verder te gaan. Jullie zijn nog niet van me af.”

De 96-voudig international keerde deze zomer verrassenderwijs terug op de voetbalvelden, nadat hij zich een jaar lang op andere dingen had gericht. De aankondiging van Robbens rentree leidde tot een golf van blijde anticipatie – en niet alleen onder fans van FC Groningen, die massaal een seizoenskaart aanschaften.

Zondag begon hij in de basis tegen PSV, de club waarvoor hij FC Groningen ooit verliet, voordat hij furore maakte bij Chelsea, Real Madrid en Bayern München. Maar lang duurde Robbens optreden dus niet.

In Studio Voetbal ging het gisteravond ook uitgebreid over Robben:

NOS Voetbal

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Fans als medicijn voor de eredivisie: ‘Zonder kunnen we niet overleven’

Zes maanden geleden rolde de bal voor het laatst in de eredivisie. Dit weekend start de hoogste voetbalcompetitie weer op, zij het met diverse beperkingen voor fans.

Stadions zijn voor gemiddeld 23 procent gevuld, blijkt uit een enquête van de NOS onder clubs. Ondanks die geringe bezetting wordt er van alles aan gedaan om het de fans toch naar hun zin te maken, zelf met het veelbesproken juich- en zangverbod.

Zo laat FC Twente verkopers met speciale rugzakken, waaruit bier kan worden getapt, over de tribunes van het stadion lopen om publieksbewegingen te beperken. Ajax legt bestellingen van supporters uit de fanshop op hun stoeltje. En diverse clubs werken met QR-codes waarmee supporters die in het stadion zijn op afstand versnaperingen kunnen bestellen.

“Het voetbal in Nederland, maar eigenlijk nergens ter wereld, kan overleven zonder dat de stadions vol zitten”, zegt eredivisiedirecteur Jan de Jong. “Veertig tot zestig procent van de inkomsten komt uit de verkoop van seizoenskaarten, losse kaarten en inkomsten op wedstrijddagen.”

“Elke keer dat je niet met volle tribunes speelt, kost dat het gehele betaald voetbal een bedrag van tussen de 5 en 7 miljoen euro per speelronde”, aldus de topman van de eredivisie. Volgens hem is het van levensbelang voor de bedrijfstak dat de stadions snel weer vol raken.

Maar precies dat aspect, die volle tribunes, daar schort het voorlopig aan. Uit de NOS-enquête onder alle eredivisieclubs blijkt dus dat gemiddeld 23 procent van de stadions bezet zijn, terwijl de voor het voetbal geldende protocollen wel ruimte bieden om tot 40 procent te gaan.

“We varen door water waar geen kaarten van bestaan”, schetst De Jong de situatie. Per regio, per club en per stoeltje moet daarom bekeken worden wat mogelijk is. Zo kan het voorkomen dat het beleid bij de ene club strenger is dan bij andere competitiegenoten.

Neem PEC Zwolle. Uit de rondgang van de NOS komt naar voren dat daar het voetbal op de soberste manier wordt aangeboden. Zo is de fanshop gesloten en sluit de catering tijdens de wedstrijd. Ook geldt in Zwolle een mondkapjesplicht totdat fans op hun stoeltje zitten – een maatregel die nergens anders geldt in de eredivisie.

“Onze omlopen in het stadion zijn smal. Wij voorzagen veel drukte”, zegt Jeroen van Leeuwen, algemeen manager bij PEC. Samen met de veiligheidsregio werd daarom besloten om aan de veilige kant van de streep te gaan staan.

“De eerste vier thuiswedstrijden dienen als pilot. Daarna kunnen we het eventueel bijstellen”, stelt Van Leeuwen. “Wij versoepelen liever ons beleid, dan andersom.”

Ook sc Heerenveen valt op. Samen met VVV laten de Friezen het kleinste percentage fans toe bij de start van de competitie. Zo zijn er 4000 seizoenkaarthouders welkom in het Abe Lenstra Stadion en 1200 in De Koel. Dat is zo’n 15 procent van de gebruikelijke capaciteit.

“Toeschouwersaantallen zijn belangrijk, maar in dit geval is veiligheid nog belangrijker”, vat een woordvoerder van Heerenveen de situatie samen. Gaandeweg het seizoen hoopt de club meer fans toe te kunnen laten.

De Friezen trappen zaterdagavond, met het beperkte aantal fans, om 18.45 uur het eredivisieseizoen op gang tegen Willem II.

NOS Voetbal

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Kabinet: niet verstandig om meer publiek toe te laten in stadions

Minister De Jonge vindt het niet verstandig om in het betaalde voetbal te gaan experimenteren met vollere stadions. Interim-directeur De Jong van de Eredivisie CV zei gisteren dat hij in oktober proeven wil met meer toeschouwers.

In verschillende stadions zouden in een paar vakken mensen op minder dan anderhalve meter van elkaar moeten zitten, met een mondkapje op. De Jonge ziet daar weinig in. Hij benadrukte voor de ministerraad dat het aantal coronabesmettingen oploopt, vooral in de grote steden.

“Wij hebben goede afspraken met de KNVB. Dit is niet de situatie om af te wijken van de lijn. Dat moeten we niet doen.”

Stap voor stap

De minister voegde eraan toe dat er later misschien wel mogelijkheden zijn om meer publiek toe te laten. “Maar dat moet wel verantwoord zijn, het moet stap voor stap en het moet ook een gezamenlijk besluit zijn.”

De Jonge zei dat hij er nog wel verder over wil praten, maar volgens hem is ook de KNVB niet voor het doen van experimenten met meer toeschouwers in oktober.

NOS Voetbal

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Verstappen heeft punt gemaakt: ‘Slechter dan Monza gaat het niet worden’

Max Verstappen gaat zich in het Italiaanse Toscane proberen te revancheren voor de zeperd van Monza. De coureur van Red Bull Racing viel na een moeizame race in de ‘Temple of Speed’ uit met motorproblemen. “Een weekend om snel te vergeten, maar ik heb er vertrouwen in dat de komende race een goed resultaat oplevert.”

Het Formule 1-circus heeft zijn tenten opgeslagen in Mugello, een heuvelachtig circuit waar pijlsnelle motorfietsen doorgaans de dienst uitmaken. Toscane stond aanvankelijk niet op de Formule 1-kalender, maar de coronapandemie veranderde alles. Het is de tweede Italiaanse grand prix op rij en komend weekend viert circuiteigenaar Ferrari er zijn duizendste grand prix-deelname.

Met voorkennis naar Mugello

Een race heeft Verstappen nog nooit gereden op Mugello, maar toch kent hij de baan op zijn duimpje. “Ik heb hier een paar weken geleden met een GT-auto gereden. Dat vond ik belangrijk. Andere coureurs hebben hier al geracet, maar ik was er nog nooit geweest. Zo’n hele dag rijden is de beste manier om het circuit te leren lezen, hoewel je natuurlijk een stuk langzamer rijdt. Het kan ook in de simulator, maar dit is beter.”

De 22-jarige Nederlander is enthousiast over het glooiende parcours. “Een mooi circuit met hoogteverschil. Supersnel: de vierde versnelling is de laagste die je gebruikt. Niet alleen de coureurs, maar ook de banden gaan het zwaar krijgen. Zeker als het warm wordt.”

Nadeel van het circuit is volgens Verstappen dat inhalen lastig wordt. “In de MotoGP kun je in elke bocht inhalen, maar met een Formule 1-auto is dat een ander verhaal. We rijden andere lijnen. Daarom is het goed dat ik al een eerste indruk heb. En het is belangrijk dat de kwalificatie goed gaat.”

Een echte indruk van de onderlinge krachtsverhoudingen heeft Verstappen nog niet. “Hoe we het hier gaan doen? Dat hangt er vooral van af hoe rap we door de snelle bochten kunnen. Ik denk dat we hier fatsoenlijk mee kunnen strijden, maar Mercedes is te snel. Ook hier.”

Verstappen vindt het prettig dat het circuit voor nagenoeg alle F1-teams nieuw territorium is. “Iedereen start eigenlijk op nul. Daarom worden de vrije trainingen extra belangrijk. Dan is er werk aan de winkel om de auto zo optimaal mogelijk af te stellen. Er is weinig voorbereidingstijd en we weten weinig. Het is een goede test voor het team. Een uitdaging, maar daar hou ik wel van.”

De Italiaanse grand prix in Monza was voor Verstappen een bittere pil. “We wisten dat het zwaar zou worden. Het is een snelheidscircuit dat ons niet ligt. Ik heb er nog nooit een echt lekkere race gereden. Het is al lastig, maar als de auto niet top is, wordt het nog lastiger. Eigenlijk ging bijna alles mis.”

“We hadden op vrijdag de snelheid en de grip niet. Op zaterdag kwalificeerde ik als vijfde. Daar kon ik nog mee leven, maar de start van de race ging ook slecht. Ik kwam aan aanvallen niet toe.”

“In de eerste ronde was het dringen, verloor ik terrein en heb ik geen risico genomen. Daarna zat ik klem in een treintje. De Mercedes van Valtteri Bottas reed voor me. De snelste auto van het veld, dus geen beginnen aan. Ik kon alleen maar volgen.”

Na het stilleggen van de race vanwege een crash van Ferrari-coureur Charles Leclerc ging het van kwaad tot erger. “Na de herstart had ik een oververhitte motor en moest ik opgeven.”

Na de race was Verstappen opvallend fel op zijn renstal en motorleverancier Honda. “De auto is niet goed, de motor komt tekort en de balans is niet oké. Het is allemaal niet goed genoeg en dat is het hele seizoen al zo”, liet hij kritisch optekenen.

De uitvalbeurt in Monza kostte Verstappen de tweede plek in de WK-stand, maar hij blijft nuchter en probeert aan een belabberd raceweekend een positieve draai te geven. “Het team zit er bovenop om dingen te verbeteren. Ik heb mijn punt wel gemaakt en hoef daar niet op door te hameren. Slechter dan Monza gaat het niet worden.”

NOS Voetbal

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail