Overheidsdelegatie bij WK in Qatar? Heet hangijzer wordt steeds uitgesteld

Met nog zeven weken te gaan tot de start van het WK voetbal is het onduidelijk of Nederland een overheidsdelegatie stuurt naar Qatar. Het besluit om bewindspersonen of de koning naar het toernooi te sturen, lijkt te worden uitgesteld tot het laatste moment. Waarom is dat eigenlijk?

“Er moet nu toch onderhand wel een beslissing genomen worden. We zitten vlak voor dat toernooi. Hoe lang wil je ermee wachten?”, stelt SP-Kamerlid Jasper van Dijk. Als een van de luidste politieke stemmen probeert hij premier Mark Rutte en consorten kleur te laten bekennen.

Woensdag tijdens een commissiedebat probeerde hij het weer. Tevergeefs. Volgens Liesje Schreinemacher, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, is een kabinetsbeslissing nog steeds in beraad.

Wel belooft Schreinemacher dat er “zo snel mogelijk” een klap op het vraagstuk wordt gegeven en laat ze doorschemeren hoe ze er zelf over denkt. “Als wij nu niet zouden gaan, staan we alleen in de boycot van het WK.”

Van Dijk luisterde met kromme tenen naar de minister. Als het aan hem ligt, blijft de regering weg bij het toernooi dat op zondag 20 november zal starten.

Hij wijst op een motie die vorig jaar door een meerderheid van de Kamer werd aangenomen, waarbij geëist werd om niemand namens de overheid te sturen. Tot op heden blijft het verzoek vanuit de volksvertegenwoordiging onbeantwoord.

Glashard

“Ik vind het vervelend dat het kabinet zo onduidelijk is”, zegt Lisa Westerveld namens GroenLinks. Ze krijgt bijval van D66’er Sjoerd Sjoerdsma, die het veto vanuit de Kamer ‘glashard’ noemt en stelt dat niemand van de regering het WK zou mogen bijwonen “vanwege de grote mensenrechtenschendingen” bij de bouw van stadions.

Binnen de coalitie zijn de meningen verdeeld over een boycot. Regeringspartij VVD vindt namelijk wél dat er een overheidsdelegatie naar Qatar moet gaan. VVD-Kamerlid Rudmer Heerema: “Je kunt er beter wel zijn, want dan kan je meepraten en dingen aan de orde stellen.”

Bij herhaling is afgelopen maanden het hete hangijzer door verschillende bewindslieden vooruitgeschoven. Gevraagd naar een standpunt over een boycot werd door Rutte en consorten vooral diplomatiek gereageerd.

“Daar gaan we het nog over hebben”, antwoordde premier Rutte in april dit jaar. “Wij maken zo’n afweging natuurlijk altijd op basis van de situatie in zo’n land.”

Samenwerking en dialoog

Ook Wopke Hoekstra, minister van Buitenlandse Zaken, liet zich niet in de kaarten kijken. In mei zei hij nog tegen de Kamer dat de regering kiest voor “samenwerking en dialoog” met Qatar om verbeteringen van arbeidshervormingen te bewerkstelligen. “Dat is nodig in het licht van een reeks andere dossiers die raken aan de belangen van Nederland.”

De andere dossiers waar Hoekstra op doelt, zijn politiek-strategisch van aard. Volgens het kabinet speelde Qatar een “cruciale rol” in het veilig overbrengen van mensen uit Afghanistan toen de Taliban de macht daar overnam. Ook is voor het oliestaatje een belangrijke toekomstige rol weggelegd voor de import van energie.

Vooralsnog kiest Rutte IV voor de “constructief-kritische” route met betrekking tot Qatar. Liever praten en samenwerken, dan niet op komen dagen en van een afstandje kritiek leveren. Deze houding valt ook in het buitenland te bespeuren. Geen overheid van een WK-deelnemend land heeft zich vooralsnog hard uitgesproken over een boycot.

Grote sponsoren van het Nederlands elftal, zoals KPN, ING en Albert Heijn, deden dat echter wel. Zij lieten weten niet af te zullen reizen naar Qatar vanwege de mensenrechtensituatie.

“Wij verwachten dat pas vrij kort voor het toernooi begint, bekend zal worden of er een delegatie gaat”, stelt Ruud Bosgraaf van Amnesty International. “Bij de Winterspelen in Peking begin dit jaar, ging het ook ongeveer zo. Het is natuurlijk een hete politieke aardappel.”

Volgens Amnesty is het boycotten van het WK niet per se goed of slecht. Wel wordt bij de mensenrechtenorganisatie de komende tijd gehoopt op een overheid die meer van zich laat horen dan nu het geval is.

Bosgraaf: “Voor ons is nu het belangrijkste dat de regering zich uitspreekt voor compensatie voor de slachtoffers en dat Qatar daartoe stappen zet, bijvoorbeeld door oprichting van een fonds voor getroffen arbeiders en hun families.”

Oranje sjaaltje

“Als een minister naar het toernooi gaat, dan moet die niet alleen met een oranje sjaaltje op de tribune zitten”, besluit Bosgraaf. “Als het aan ons ligt, moet hij of zij dan publiekelijk het compensatiefonds aan de orde stellen. Anders laat je je misbruiken voor pr-doeleinden.”

NOS Voetbal